Wat bieden wij?

Zoekt u een partner voor het online promoten van uw bedrijf?

Dan bent u bij ons aan het juiste adres!

Frisia Media is sinds 2015 actief in Obdam met als doel de zichtbaarheid van lokale ondernemers online te verbeteren. Daarnaast bundelen we de krachten van lokale ondernemers.

Uw privacy-gevoelige gegevens zijn in engelenhanden en zullen als zodanig worden behandeld met inachtname van de daarvoor geldende wettelijke regels.

Frisia Media biedt u de mogelijkheid om uw bedrijf te promoten via Koggenland.nieuws.nl, Koggenland.startpagina.nl, Obdam.startpagina.nl en nog veel meer regionale startpagina’s in de Kop van Noord-Holland. Voelt u zich vrij om te informeren via e-mailadres Info@frisiamedia.frl

Resultaten op Google verhogen? Laat je website dan hoger ranken door een uitgebreide bedrijfsvermelding in de Bedrijvengids van Koggenland Nieuws

Op Koggenland Nieuws veel meer resultaat dan via adverteren in tweewekelijkse dorpsbladen en wekelijkse krantjes als u een banner plaatst op Koggenland Nieuws

Dankzij het enorme bereik van de nieuwssite kunnen we uw bedrijf snel en professioneel promoten. Dit doen we onder andere door het online plaatsen van redactionele artikelen, vacatures, evenementen, advertorials, advertenties, banners . We bieden hiervoor een totaalpakket aan of indien gewenst afzonderlijke pakketten per product of dienst.

Geldt ook voor verenigingen en evenementen

Onze offline diensten betreft het verspreiden van huis aan huis folders.

Zoekt u een projectondersteuner?

Ook dan bent u bij ons aan het juiste adres. Kijk hiervoor op Frisia Media – Startpagina Joost

 

Zoekt u een flexibel open documentsysteem?

Via deze website krijgt u een mappenstructuur op maat gesneden, zodat u altijd en overal bij uw documenten kunt!

Voor meer informatie of een vrijblijvende afspraak kunt u ons bellen via 06-12506765 of mail naar Info@frisiamedia.frl

Frisia Media
Joost van Daalen

Clicky Analytics

Web Analytics

Clicky

sterktes en zwaktes

Wat zijn je sterke punten en verbeterpunten?

Kom goed voor de dag bij een sollicitatiegesprek voor zowel banen in loondienst als voor opdrachten als zelfstandige. Hieronder volgen websites die hiervoor tips bevatten.

Desteven.nl :

Zakelijkinfonu.nl :

Sollicitatie: goede en slechte eigenschappen (met lijst)

Werkstudent.nl :

Carrieretijger :

Voorwaarden Johan Joost

5. Voorwaarden Johan Joost

Op de werkzaamheden is altijd de modelovereenkomst Geen werkgeversgezag en vrije vervanging (nr. 90515112643-3 | 21 – 03 – 2016) van de Belastingdienst van toepassing tenzij op verzoek van een klant schriftelijk anders wordt overeengekomen. Frisia Media werkt bij grotere / langdurige opdrachten en op verzoek met een op maat gemaakte overeenkomst tot opdracht waarin dit en bovenstaande zaken als vertrouwelijkheid en aansprakelijkheid ook benoemd worden.

Aansprakelijkheid

  1. Johan Joost van Daalen van Frisia Media is niet aansprakelijk voor directe schade die het gevolg is van overmacht of verkeerde / onvolledige informatieverstrekking door de klant.
  2. Johan Joost van Daalen van Frisia Media is niet aansprakelijk voor directe schade als hij niet op tijd kan leveren door te late ontvangst van noodzakelijke input.
  3. Johan Joost van Daalen van Frisia Media heeft altijd een beperkte aansprakelijkheid tot het bedrag van de door zijn verzekeraar gedane uitkering.

Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

Johan Joost van Daalen van Frisia Media heeft een jarenlange ervaring in het vakgebied van de Documentaire Informatievoorziening en is daardoor alert op het op de juiste manier omgaan met uw privacygevoelige gegevens.

In e-mails aan uw adres zullen nooit ongevraagd ook andere emailadressen te zien zijn bijvoorbeeld.

Voor de financiele administratie maakt Johan Joost van Daalen van Frisia Media gebruik van het boekhoudpakket e-Boekhouden.nl voor het versturen van alle facturen, etc..

 

Interessant om te weten

Interessant om te weten

Interessante afleveringen waarbij diverse onderwerpen helemaal worden uitgediept.

Interessant voor cursisten Spaans :

Betekenis Salvator

Wikipedia

Familiestamboom van Daalen-Houtsma

Vanaf het begin van de eenentwintigste eeuw heb ik mijn eigen familie in de archieven onderzocht, daar ben ik nu ook (nog) mee bezig. Genealogie kun je zo ver doorvoeren als je zelf wilt, voordat je het weet ben je weer een stap verder en opent zich weer een nieuwe wereld in je eigen familiegeschiedenis. Het is de bedoeling dat mijn genealogisch onderzoek hier ook op deze website ga uitleggen. In het begin van mijn onderzoek heb ik ook mijn werk gehad in de bevolkingsregisters. Een mooiere combinatie kon ik toen niet krijgen.

http://www.frisiamedia.frl/index.php/daalen-houtsma/

Spaanse griep 1918

Spaanse Griep 1918

In Nederland stierven de eerste mensen aan de Spaanse Griep in 1918. In andere landen waren reeds duizenden mensen aan deze virusziekte overleden.

Waar is de ziekte begonnen?

Waar de ziekte precies is begonnen is niet duidelijk. Het eerste gedocumenteerde geval is ziekte verspreidde zich met zeer grote snelheid door de wereld. Vanuit de Verenigde Staten naar het Oosten en vandaar uit weer terug naar het Westelijk halfrond. De Eerste Wereldoorlog was nog aan de gang en door de censuur kwamen eerst weinig berichten naar buiten over de ziekte. Alleen in Spanje, dat niet aan de oorlog deelnam, werd in de pers veel aandacht besteed aan de epidemie. De virusziekte werd in ander landen daarom al gauw de Spaanse griep genoemd.

Wat was de oorzaak van de Spaanse Griep?

Aangenomen wordt dat de oorzaak van de griep een gemuteerd varkensvirus uit China was. De griep begon met hoge koorts, hoesten, spierpijn en keelpijn. Gevolgd door extreme moeheid en flauwtes. Men verloor zoveel energie dat men niet meer kon eten en drinken. De ademhaling werd steeds moeilijker, gevolgd door de dood. Gruwelverhalen over de griep deden de ronde: een man hield een taxi aan, maar voordat hij in kon stappen was hij dood, een keeper in een voetbal elftal greep een bal uit de lucht en toen hij op de grond terecht kwam was hij dood door de Spaanse griep. Ook president Woodrow Wilson kreeg de Spaanse griep tijdens de onderhandelingen in Versailles in 1919, maar hij herstelde. Sommige historici stellen dat door zijn afwezigheid bij verschillende besprekingen de eisen aan het verslagen Duitsland strenger waren. Er kwamen veel nepmedicijnen op de markt, die beloofden de Spaanse griep te kunnen voorkomen of die de griep zouden kunnen genezen. Een effectief medicijn was niet aanwezig.alt
Spaanse griep. In totaal stierven tussen de 20 en 40 miljoen mensen aan deze virusziekte. Van de Amerikaanse soldaten in Europa stierf in 1918 de helft aan de Spaanse griep. Bij een normale griep worden vooral ouderen en anderen met een lage weerstand getroffen. Niet bij Spaanse griep: het waren vooral de mensen in de leeftijdsgroep van 20-40 jaar die overleden. In het voorjaar van 1919 was de griep uitgewoed. De griep epidemie was de ernstige uit de twintigste eeuw en was op jaarbasis gezien dodelijker dan de Zwarte Dood, waar in een jaar gemiddeld 2 miljoen stierven tegen de 20-40 miljoen in een jaar aan de Spaanse griep. Nog steeds is de precieze oorzaak van de Spaanse griep niet bekend, maar recente onderzoekingen bevestigen het vermoeden dat het is recombinant griepvirus is.

Gevolgen Spaanse Griep in Nederland

In Nederland stierven binnen enkele maanden 27.000 mensen aan de Spaanse griep. De meeste in de maande oktober (5506), november (16.960) en december (5321) van 1918. Hele gezinnalten stierven. In de zomer van 1918 was een eerste golfje van Spaanse griep ons land overspoeld, maar het aantal slachtoffers bleef toen beperkt. Diegenen die in de eerste golf de griep hadden gehad, kregen in het najaar de griep niet opnieuw. In het laatste kwartaal waren de provincies Drenthe, Groningen en Overijssel relatief het zwaarst getroffen, met sterfte cijfers van 8,5, 5,9 en 5,2 doden per 1000 inwoners. Zuid-Holland had met 3,2 het laagste sterftecijfer van de Spaanse griep.  Het cijfer voor geheel Nederland was 4,1. De meeste slachtoffers vielen in gemeenten met minder dan 20.000 inwoners en dan met name in daar sloeg de Spaanse griep vooral toe. Ook was de sterfte hoog in ziekenhuizen en psychiatrische inrichtingen waar mensen die griepverschijnselen vertoonden op één zaal werden verpleegd.

Een op de 250 Nederlanders overleed aan de Spaanse griep. Bij bezoeken aan kerkhoven ziet men nog steeds aan de grafzerken dat vele gezinnen binnen korte tijd hun familieleden verloren aan de Spaanse griep. Sommige wetenschappers sluiten niet uit dat een dergelijke griepepidemie zich opnieuw voor kan doen. Het griepvirus blijft zich muteren en onder het voor het virus gunstige omstandigheden zou het zich sterk kunnen verbreiden. In 1997 werden in Hong Kong al het pluimvee afgeslacht om te voorkomen dat een griepvirus zich via varkens naar de mens zou kunnen verplaatsen. Men weet nu meer van de Spaanse griep en men is meer alert, maar een medicijn is er nog steeds niet.

Symptomen en behandeling van de Spaanse griep

100 jaar geleden : De Spaanse Griep

100 jaar na de Spaanse Griep : hoe staan we er nu voor?

Terug

Maatschappij van Weldadigheid

De Maatschappij van Weldadigheid was een particuliere organisatie in de 19e eeuw die armoedige gezinnen, veelal uit de grote steden, wilde helpen om een eigen bestaan op te bouwen als boer. De Maatschappij moet niet worden verward met de Maatschappij van Welstand.In 1818 werd de Maatschappij van Weldadigheid opgericht door generaal Johannes van den Bosch die de armoedige gezinnen na de Franse overheersing wilde helpen. Van den Bosch kocht in Drenthe woeste grond aan zodat de armen deze konden ontginnen. Het Huis Westerbeek op het landgoed Westerbeeksloot in het huidige Frederiksoord, werd het bestuurlijk centrum van de Maatschappij van Weldadigheid.Verzoekschrift aan Koning Willem I tot oprichting van de Maatschappij van Weldadigheid1 Verzoekschrift aan Koning Willem I tot oprichting van de Maatschappij van Weldadigheid 2 De proefkolonie 3 De vrije kolonies 4 Desperado-kolonies 5 Armoedebestrijding in de negentiende eeuw 6 Kritiek op de kolonies 7 Strafkolonies 8 De Zuidelijke Nederlanden 9 Tegenwoordig 10 Literatuur“Sire! Een aanzienlijk getal onderdanen van Uwe Majesteit hebben zich vereenigd om een Maatschappij van Weldadigheid opterichten onder de bescherming van zijne Koningklijke Hoogheid Prins Frederik, met oogmerk om aan de talrijke klassen van behoeftige ingezetenen arbeid te verschaffen en zulks in de Eerste plaats door middelen van Fabriekmatige inrichtingen ter vervaardiging van zoodanige goederen, die geheel of grotendeels van Buitenlands worden ingevoerd, het debiet daarvan te verzekeren door eene Vrijwillige overeenkomst der Leden van de Maatschappij, om Jaarlijks eene zekere hoeveelheid stoffen op deze wijze vervaardigd tegen gezette prijzen te ontvangen, ten Tweede door het ontginnen en Vruchtbaar maken van nog ongecultiveerde gronden in ons Vaderland, en daarop bij wijze van Colonisatie over te brengen zoodanige Armen die voor dezen arbeid geschikt geoordeeld worden”.
(Aanhef van een door Johannes van den Bosch ondertekend verzoekschrift in
[1]
1818)

De proefkolonie

Johannes van den Bosch ging voortvarend aan de slag. Op 25 augustus 1818 – één week na de aankoop van het landgoed Westerbeeksloot door de Maatschappij – legde hij de eerste steen voor de eerste kolonistenwoning. Op 29 oktober 1818 arriveerden de eerste gezinnen in de kolonie, die vooralsnog als ‘proefkolonie’ zal fungeren. In het totaal zijn 52 gezinnen uit alle delen van het land ‘uitverkoren’ om mee te doen aan het experiment van Johannes van den Bosch. Na vierenhalf jaar woonden er nog 42 gezinnen onder de hoede van de Maatschappij van Weldadigheid. Een groot deel van hen is er tot hun dood blijven
[2]
wonen. Hun lotgevallen zijn uitvoerig beschreven door Wil Schackmann in : ‘De Proefkolonie’.

De vrije kolonies

De maatschappij bouwde vervolgens definitieve kolonies, bestaande uit kleine koloniehuisjes met een beetje grond. Die huisjes stonden op regelmatige afstand van elkaar langs kaarsrechte wegen. De kolonies I en II werden later omgevormd tot het dorp Frederiksoord, de andere kolonies tot de dorpen Willemsoord (in Noordwest-Overijssel) en Wilhelminaoord en Boschoord. Hier werden in de periode 1818-1911 zo’n 1400 gezinnen opgevangen. Om de bevolking op te voeden en te vrijwaren van kwalijke invloeden, stichtte de Maatschappij haar eigen scholen en voerde ze ‘koloniegeld’ in. Dat geld heeft niet zolang bestaan, maar de scholen wel. Naast lagere scholen, stichtte de maatschappij ook beroepsopleidingen zoals het van 1823 tot 1859 geëxploiteerde ‘Instituut voor de Landbouw’ in Wateren en de ‘Gerard Adriaan van Swieten’ tuinbouwschool en bosbouwschool in Frederiksoord en de ‘Gerard Adriaan van Swieten’ landbouwschool in 1884 in Willemsoord. De stichting van deze scholen werd mogelijk gemaakt door een schenking van de
[3]
oud-majoor der cavalerie, F.H.L. van Swieten. . De tuinbouwschool is november 2005 verhuisd naar Meppel.
Kolonisten konden als beloning voor vlijtigen arbeid en goed gedrag een koperen, zilveren of gouden medaille verkrijgen, met daaraan een jaarlijks geldbedrag verbonden van respectievelijk 2,5, 5 en 10 gulden. Wie kon aantonen, dat hij van de opbrengst van zijn land en vee voldoende kon bestaan verkreeg de zilveren of gouden medaille en kon bevorderd worden tot pachter of vrijboer. De aanstelling tot wijkmeester of plaatsing als hoevenaar op een der grote boerderijen bij Ommerschans of Veenhuizen was vervolgens een
[4]
lonkend perspectief.

Desperado-kolonies

Sommige, vooral jongere – uit de kolonie weggestuurde kolonisten vestigden zich in de directe omgeving in haastig gebouwde plaggenhutten en vormden de zogenaamde desperado-kolonies zoals in Nijensleek,
[5]
Vledderveen, Noordwolde-Zuid of Marijenkampen (bij Steenwijk).

Armoedebestrijding in de negentiende eeuw

Nederland was in het begin van de negentiende eeuw, na de Franse overheersing, sterk verarmd. Veel gezinnen leefden in de steden en op het platteland in kommervolle situaties. Het is de verdienste van Johannes van den Bosch geweest, dat hij dit probleem onderkende en dat hij ook daadwerkelijk stappen ondernam om te trachten armoede uit te bannen. Uiteindelijk leed zijn project schipbreuk, omdat hij vanwege de tegenvallende opbrengsten steeds weer geld moest lenen om de kolonies in stand te kunnen houden.
Voor de kolonisten betekende plaatsing in de zogenaamde “vrije kolonies” een geweldige ingreep in hun leven. Velen werden letterlijk vanuit de grote stad ‘overgeplant’ in een voor hen vreemde omgeving als het Drentse platteland. Sommigen wisten zich goed te redden, maar anderen keerden weer graag terug naar de plaats van herkomst.
De kolonist Pieter Arends vond dat het leven in de kolonie hem mooier was voorgespiegeld dan het in werkelijkheid was. Toen hij hierover zijn beklag deed in een brief aan zijn zuster kwam dit de leiding van de kolonie ter ore. Het kwam hem op een flinke schrobbering van de directeur van de kolonie (Benjamin van den Bosch, broer van Johannes) te staan, die geen goed woord voor hem over had en hem “een grote domme luiaard’ noemde. Uiteindelijk wist Arends toch de positie van vrijboer
[6]
in Ommerschans te bereiken.

Kritiek op de kolonies

Het initiatief van Johannes van den Bosch werd het sterkst bekritiseerd vanuit conservatief christelijk hoek. Met name de Réveil-beweging was van oordeel dat de mens niet mocht ingrijpen in de door de God beschikte ordening. Dirk van Hogendorp, leerling van Willem Bilderdijk, die met zijn vriend Jacob van Lennep de kolonies bezocht, was van mening dat de Maatschappij van Weldadigheid, omdat ze niet godsdienstig was, wel ten onder zou moeten gaan. Ook Isaac da Costa en Ottho Gerhard Heldring waren felle bestrijders van de ideeën van Van den Bosch. Naar hun opvatting maakten armen en hulpbehoevenden deel uit van de samenleving, opdat rijken en welgestelden hun barmhartigheid konden betonen als blijk van christelijke naastenliefde.

Strafkolonies

In Veenhuizen en Ommerschans werden strafkolonies opgericht. Hier werden landlopers en bedelaarsVeenhuizen tweede gestichtopgesloten en aan het werk gezet. Maar ook kolonisten konden hier terechtkomen, bijvoorbeeld als straf voor drankmisbruik, ontucht, verkwisting, brutaliteit of desertie. In 1859 werden de kolonies overgenomen door de Nederlandse staat. In 1890 werd Ommerschans gesloten. Veenhuizen is vandaag de dag een gewone gevangenis.
Van 1896 tot 1901 werd in Veenhuizen en Ommerschans de
signalementskaart ingevoerd. De bedenker van dit systeem was
de Fransman Alphonse Bertillon (1853-1917). Hij was van
mening, dat op basis van nauwkeurige lichaamsmetingen de
identiteit van het individu vastgelegd kon worden. Op dit
eenvoudige theoretische principe bouwde Bertillon een gecompliceerde identificatie methode, waarin
lichaamsmetingen centraal stonden. Omdat het menselijk individu niet in getallen alleen te vangen is,
[7]
waren aanvullende beschrijvingen op deze signalementskaart noodzakelijk.

De Zuidelijke Nederlanden

In navolging van de Drentse kolonies werden ook in de Zuidelijke Nederlanden soortgelijke initiatieven ontplooid. In Wortel werd in 1822 een vrije kolonie en in 1825 in Merksplas een onvrije kolonie opgericht door Johannes van den Bosch. De kolonie van Wortel is na de Belgische Revolutie geheel afgebroken. Op deze locatie werd in 1881 een landlopersgesticht gevestigd, dat nog beperkt als zodanig dienst doet. De
[8]
kolonie van Merksplas is thans een strafinrichting en een centrum voor uitgeprocedeerde asielzoekers.

Tegenwoordig

In de 20e eeuw werden voor onmaatschappelijken woonscholen opgericht, die zich juist wel in de grote steden bevonden.
De Maatschappij van Weldadigheid is tegenwoordig (2003) een stichting en beheerder van 1400 hectare cultuur- en bosgrond, waaronder een deel van het Nationaal Park Drents-Friese Wold. In het museum De Koloniehof in Frederiksoord laat de Maatschappij zien wat het leven in de koloniën inhield. En in een database kunt u nagaan of een van uw voorouders in de koloniën heeft gewoond en gewerkt.

Literatuur

Westendorp Boerma, Dr. J.J. Johannes van den Bosch als sociaal hervormer, de maatschappij van weldadigheid uitg. P. Noordhoff, Groningen, 1927 (ook uitgegeven als proefschrift door Ipenbuur & van Seldam, Amsterdam, 1927) Kloosterhuis, C.A. De bevolking van de vrije koloniën der Maatschappij van Weldadigheid uitg. De Walburg Pers. Zutphen, 1981, ISBN 90-6011-026-9 Berends, R. (et al.) Arbeid ter disciplinering en bestraffing: Veenhuizen als onvrije kolonie van de Maatschappij van Weldadigheid 1823-1859 uitg. De Walburg Pers. Zutphen, 1984, ISBN 90-6011-327-6 (hierin opgenomen De koloniën van weldadigheid te Ommerschans en Veenhuizen, naar waarheid geschetst door T.L. Hoff uit 1839) Schackmann, Wil De proefkolonie uitg. Mouria, Amsterdam, 2e druk 2008, ISBN 978-90-458-0061-5 Jansen, Suzanna Het pauperparadijs: een familiegeschiedenis uitg. Balans, Amsterdam, 31e druk 2010, ISBN 978-94-6003205-9

Noten

  1. Westendorp Boerma, blz. 85

2. Schackmann, Wil De proefkolonie (http://www.deproefkolonie.nl/) , vlijt, vaderlijke tucht en het weldadig karakter onzer natie, Amsterdam 2006 ISBN 90 458 4854 6

3. Encyclopedie Drenthe Online (http://www.encyclopediedrenthe.nl/Maatschappij%20van%20Weldadigheid)

4.Westendorp Boerma, blz. 139 t/m 141

5. Zie bijvoorbeeld: de levensbeschrijving van Johannes Mooij (http://www.iisg.nl/bwsa/bios/mooij.html)

6. Archieven Maatschappij van Weldadigheid (http://www.mvwfrederiksoord.nl/) , toegangsnummer 0186, inv. nr. 50

7. Informatie Drents Archief

8. Gevangenismuseum Merksplas: Het “Hollands project” mislukt (http://www.gevangenismuseum.be/locatie /wortel_project.html) en De gevangenis van Merksplas (http://www.gevangenismuseum.belocatie /gevang_merksplas.html)

Terug

Patriotten en Bevrijders

Patriotten & Bevrijders

De Patriotten waren aanhangers van een Nederlandse politieke stroming, die vanaf 1781 aan het heersende absolutisme een halt wilde toeroepen en een nieuwe “houding” in de Nederlanden wilde stimuleren. De Patriotten – vaak uit christelijk, verlichte kringen – zijn beïnvloed door de al eerder gelanceerde ideeën van Jean Jacques Rousseau over de soevereiniteit van het volk.

Het programma van de Patriotten laat zich in drie punten samenvatten:

  1. herstel van de macht van de Republiek met als voorbeeld de (Staatsgezinde) leiders uit de 17e eeuw
  2. herstel van medezeggenschap uit de tijd van voor de Unie van Utrecht, en materiële en morele herbewapening, dat wil zeggen een
  3. herstel van de oorspronkelijke functie van de schutterij.

Daarbij werden alle mogelijke middelen met veel bevlogenheid ingezet, zodat de Patriotten voor de tijdgenoten ook het onderwerp werden van spot.

De stroming kan ook worden gezien als een reactie op het rationalisme van de 18e eeuw.

 Aanleiding

De Patriotten werden actief toen handelsbetrekkingen en nieuwe afzetmogelijkheden met de Verenigde Staten, zowel in de Republiek en als in West-Europa een grote rol speelden. Van groot belang waren de heersende ideeën om uitgesloten burgers bij bestuur en de politiek te betrekken. Op die manier zou niet alleen de invloed van de bevolking toenemen, maar ook een Met het verschijnen van het Patriottisch tijdschrift “de Post van de Neder-Rhijn” in januari 1781 [1] werd in de Nederland de periodieke politiek opiniepers geboren. Volgens dominee François Adriaan van der Kemp is de Vierde Engelse Zeeoorlog aangegrepen om tot een theoretische en praktische bevatting van ’s Volks Rechten te komen.

De Patriotten raakten geïnspireerd door de Amerikaanse onafhankelijkheid in 1776 en waren derhalve anti-Engels en pro-Frans. Hun voorman was Joan van der Capellen tot den Pol, die in 1778 uit de Overijsselse Staten werd gezet vanwege zijn pro-Amerikaanse houding. Ook had hij een boek vertaald over burgerbewapening, met nieuwe ideeën uit Schotland. In het volgens justitie zeer oproerig en lasterlijk libel of geschrift Aan het Volk van Nederland, verspreid in september 1781, met scherpe kritiek op de stadhouder, riep hij op tot het indienen van petities en naar Zwitsers voorbeeld tot burgerbewapening om die vrijheid te verdedigen. Ten eerste om misstanden aan de kaak te kunnen stellen zoals regenten, die onderling baantjes verdeelden, ruilden of verkochten. Ten tweede om de incapabele en weifelachtige stadhouder Willem V, beschuldigd van willekeur, te controleren en in zijn naar absolutisme neigende macht in betrekking tot de vroedschappen te beperken. Vooral in de gewesten Utrecht (sinds de Hollandse Oorlog (1674), Overijssel (sinds de Tweede Münsterse Oorlog) en Gelderland had de erfstadhouder in 1747 veel rechten verkregen.

Niet alleen op de stadhouder, zijn “eerste minister”, de hertog van Brunswijk en het leger was kritiek, ook op de verstarde structuur van de schutterij, de gilden en het polderbestuur en het dijkwezen. Veel Patriotten waren actief in de Economische Tak, die onderzoek, opleiding en nieuwe werkgelegenheidsprojecten stimuleerde. In plaatsen, waar de vroedschap veel Patriotten telde, lukte het de invloed van de stadhouder op de benoemingen in de stadsregering te beperken, bijvoorbeeld in Alkmaar, Wijk bij Duurstede en Bolsward, waar respectievelijk Cornelis van Foreest, François Adriaan van der Kemp en Cornelis van den Burg veel invloed hadden.

Tot diep in de 19e eeuw waren er geen politieke partijen in Nederland en werd het plaatselijke en landelijke beleid beheerst door de verschillende facties, die de handen ineen sloegen. Er ontstond meer overleg tussen de steden en hun provinciale afgevaardigden om tot hervormingen te komen. De Patriotten verzamelden zich ieder jaar rond 5 augustus om de Slag bij de Doggersbank (1781) te herdenken en om het belang van een goede vloot te propageren. Het volgende doel was een zo goedkoop mogelijk en vrijwillig provinciaal leger te organiseren, en om het grote aantal buitenlanders in het Staatse leger te beperken.

Exercitiegenootschappen

Het eerste exercitiegenootschap de Vrijheid werd in 1783 in Dordrecht opgericht. Het genootschap in Rotterdam werd in 1784 verboden, nadat op 3 april rellen waren uitgebroken en vier doden en drie gewonden waren gevallen. Kaat Mossel en Ruige Keet speelden een prominente rol en de “stadhouderes van ’t Graauw” werd gearresteerd. Het dragen van kleurige symbolen werd verboden. Veel Patriotten droegen vervolgens een zwart lint aan hun hoed in de vorm van een V(rijheid).

Een tamelijk onbelicht incident in oktober 1784, de Keteloorlog, met de Oostenrijkse keizer Jozef II omtrent de aanvallen op de hertog van Brunswijk, de vrije vaart op Indië en de Schelde – al tweehonderd jaar door de Hollanders en Zeeuwen afgesloten – werd in januari 1785 aangegrepen om opnieuw provinciale legers in het leven te roepen en een soort dienstplicht in te voeren. Een soortgelijke beslissing om plaatselijke legertjes te formeren, had Johan van Oldenbarneveldt, tegenstander van prins Maurits en een van de voorbeelden voor de Patriotten in 1619 de kop gekost. Niet iedereen stond te juichen en sommigen haakten snel af.
In maart 1785 deed Willem Gerrit Dedel (1734-1801), raad bij de Admiraliteit van Amsterdam een voorstel het recommendatierecht van de stadhouder af te schaffen. In april 1785 vroegen de Gelderse Patriotten om herziening van het Regeringsreglement.

Het Leids Ontwerp is opgesteld, nadat het exercitiegenootschap in Leiden op 23 juli verboden was om te oefenen op het drilveld. De exercitiemeester werd beboet met 25 gulden. In het “Ontwerp om de Republiek door eene heilzaame Vereeniging van Belangen van Regent en Burger van Binnen Gelukkig en van Buiten Gedugt te maaken”, Leiden, aangenomen bij besluit van de Provinciale Vergadering van de Gewapende Corpsen in Holland, op 4 oktober 1785 te Leiden is voor aantrekkelijke stedelijke en provinciale ambten een nieuwe regeling geformuleerd.

Aanwezig waren Pieter Vreede, voorzitter, François Adriaan van der Kemp, afgevaardigd door het genootschap uit Heusden, Jacobus Blaauw uit Gouda, Wybo Fijnje uit Delft, Cornelis van Foreest uit Alkmaar en Rutger Jan Schimmelpenninck in oktober 1785. De afgevaardigden van de exercitiegenootschappen uit Holland, waaronder ook dat uit Westzaan, genaamd “Het doel waar voor onze ijver brandt, is Vrijheid in het Vaderland” vertegenwoordigden 3.180 manschappen, waarvan 800 uit Alkmaar. Er werd geen melding gemaakt van de vier sessies aan de “nieuwspapieren”.
De burgerbewapening dient zeker niet alleen eng-militair te worden beoordeeld, maar vooral ook als een demonstratie van burgerzin, democratische ambitie (zoals blijkt uit het kiezen van officieren) en politiek activisme. De burgerbewapening speelde niet alleen in Nederland, maar in half Europa en de Nieuwe Wereld een belangrijke rol bij de verspreiding van nieuwe ideeën.

Scheuring

Ook binnenhuis moest orde op zaken worden gesteld. Steeds duidelijker kwam aan het licht dat de Patriotten verdeeld waren in twee stromingen, die verenigd werden door hun afkeer van de stadhouder en het stadhouderlijk stelsel, maar ook inzake een verbond ofwel een handelsverdrag met Frankrijk. Johannes Conradus de Kock verdedigde in april 1785 J.C. Hespe, de plaatselijke drukker, die door Joachim Rendorp was aangeklaagd en veroordeeld tot water en brood. De veroordeling leidde volgens Bilderdijk tot een breuk tussen de aristocraten en democraten. Sommige aristocraten begonnen over te hellen naar de stadhouderlijke partij. De Kock zag dat als een bedreiging voor de democratisch Patriotten, die bij benoemingen meer invloed van het volk en juist minder invloed van de stadhouder voorstond. In diverse steden was een probleem omtrent vacante vroedschapszetels, die alleen opgevuld mochten worden met gereformeerden, die over genoeg kapitaal beschikten: Alkmaar was de eerste stad in de Republiek die Joden toeliet tot de vroedschap. In Deventer werd voorgesteld om de leeftijdsgrens te verlagen.

De Republiek is in 1785 een verbinding aangegaan met Frankrijk, mogelijk om meer met meer daad en kracht verlichte, democratische en humanitaire ideeën aan de man te brengen, maar vooral met haar steun oppositie te kunnen voeren. Frankrijk zou het evenwel in september 1787 pijnlijk laten afweten.

Tijdens een landelijke bijeenkomst van exercitiegenootschappen in 1786 in Utrecht werd een radicale beslissing genomen. Een jaar eerder was al besloten dat niet de stadhouder, maar de exercitiegenootschappen de leden voor de vroedschap zouden moeten kiezen. De vroedschap van Utrecht werd op zeven leden na afgezet. In die stad was de uit Ceylon afkomstige Quint Ondaatje actief. In de provinciale staten van Utrecht ontstond grote verdeeldheid, waarop de prinsgezinde statenleden besloten in Amersfoort te vergaderen. Op 7 augustus kwam de Acte van Verbintenis tot stand.

H.W. Daendels, kapitein van het exercitiegenootschap in Hattem, liet zich inspireren door de veranderingen in Utrecht, toen hij in mei het stadsregeringsreglement buiten werking zette en op 8 augustus verkondigde het stadje militair te verdedigen, waar de prinsgezinde kandidaten voor de vroedschap niet langer werden geaccepteerd en de verkiezing als een interne zaak worden beschouwd. Ook de predikanten van Elburg hielpen de bolwerken en wallen te herstellen. De Gelderse stadhouderlijke troepen werden verplaatst en bezetten op 5 september Hattem en Elburg zonder veel moeite.

Op 22 september schorsten de Staten van Holland de stadhouder als kapitein-generaal van hun gewest. Eind september 1786 werd het de exercitiegenootschappen in Gelderland en Friesland verboden onderling te overleggen en hulp te sturen. De stad Utrecht veranderde in een legerkamp om een eventuele stadhouderlijke aanval af te slaan. De Patriottische pers sprak inmiddels van een burgeroorlog. Naar het schijnt waren alleen
voorzichtige en individualistische acties nog mogelijk. De Patriotten gebruikten vanaf die tijd een keeshondje als symbool, omdat Cornelis de Gijzelaar de stadhouderlijke poort naar het Binnenhof was opgereden.

Treffen rondom Utrecht

De stadhouder bleef ondanks diplomatieke pogingen van Pieter Paulus, de Duitse diplomaten Friedrich Wilhelm von Thulemeyer en Johann Eustach von Görtz alsmede de Engelse gezant James Harris passief. Hij wilde of kon geen veranderingen accepteren, maar ook de pensionarissen van de steden Dordrecht, Haarlem en Amsterdam hielden voet bij stuk.
De stonden erop dat de burgemeesters op een andere manier gekozen zouden worden. De zaak laaide opnieuw op toen in Amsterdam en Rotterdam eind april/begin mei een aantal
prinsgezinde vroedschapsleden en burgemeesters werden vervangen. Burgemeester Hendrik Hooft speelde een leidende rol en 16.000 mensen tekenden een petitie. Op 9 mei 1787 kwam het tot een treffen rondom Utrecht, dat hulp kreeg vanuit
Holland. De aanval was georganiseerd vanuit Amersfoort, waar de prins zijn hoofdkwartier had gevestigd. Er viel een klein aantal slachtoffers, onder andere bij Vreeswijk. Aan het eind van die maand werd een totaalverbod op de aanschaf van wapens uitgevaardigd, waardoor de Patriotten nog meer in woede ontstaken.

Enkele weken later vertrok prinses Wilhelmina vanuit Nijmegen naar Den Haag in een poging om een verdere escalatie te vermijden, maar mogelijk ook om steun te verwerven. (Er waren enkele jaren eerder besprekingen gehouden dat zij meer taken van haar man zou overnemen, die het aan overzicht ontbrak).
Toen zij op 28 juni werd aangehouden langs de Vlist en opgebracht naar Goejanverwellesluis door het exercitiegenootschap uit Gouda, riep zij haar broer, de koning van Pruisen, te hulp. Op 10 juli eiste Frederik Willem genoegdoening van Holland, dat echter weigerde excuses aan te bieden. Op 26 juli mislukte een aanval op de stadhouderlijke troepen bij Paleis Soestdijk, waarbij minstens één Pruissische soldaat werd omgebracht. Op 2 augustus ontplofte de Onze-Lieve-Vrouwe-kerk in Amersfoort, waar stadhouderlijke troepen munitie hadden opgeslagen.

Pruisische interventie

De Staten-Generaal kondigde half augustus een verbod af Holland steun te bieden. In verschillende steden waren inmiddels commissies voor het defensiewezen actief, die de verdediging organiseerde. De commissie verzameld in Woerden speelde  daarbij een sleutelrol. In een aantal Hollandse steden, zoals Delft kon onder leiding van Adam Gerard Mappa op de valreep alsnog een omwenteling worden gerealiseerd. Het werd echt spannend toen op 10 september een Pruisisch ultimatum van kracht werd.
Drie dagen later trok een Pruisisch leger via Nijmegen en Westervoort de Republiek binnen. De stad Utrecht, verdedigd door Rijngraaf van Salm werd zonder slag of stoot ingenomen.
Krijgsgevangenen, waaronder Van der Capellen tot de Marsch werden afgevoerd naar Wesel. In Friesland hielden de Patriotten, die zich onder leiding van Court Lambertus van
Beyma hadden verschanst in Franeker, het nog een week langer uit. In de Republiek werden honderden Patriotten gevangengenomen en er volgden wraakacties door
prinsgezinden, onder andere in ‘s-Hertogenbosch in de nacht van 9 op 10 november. Bij meer dan 850 huizen werden de ramen ingeslagen, 250 huizen werden ook geplunderd. De volgende dag kwam het tot plunderingen in Tiel.

Veel Patriotten verzamelden zich uiteindelijk in Amsterdam. Toen die stad zich op 10 oktober had overgegeven, vluchtten de kopstukken naar Parijs en duizenden anderen via Antwerpen en Brussel naar Noord-Frankrijk (Frans-Vlaanderen). Daar kregen de Patriotten geldelijke steun van Lodewijk XVI, die hoopte zodoende de werkgelegenheid ter plekke te stimuleren. Onder de Patriotten Johan Valckenaer en Court Lambertus van Beyma ontstond grote onenigheid over de administratie en de hoogte van de uitkering en oude vriendschappen sloegen om in vijandschappen.

Er werden in de navolgende jaren vijf doodvonnissen uitgesproken tegen Patriotten die de vestiging van een garnizoen hadden verijdeld. Het betrof Robert Jasper van der Cappelen van de Marsch, de leider van de Patriotten in Gelderland, burgemeester Rauwenhoff en de twee predikanten uit Elburg, en Cornelis van den Burg, een burgemeester van Bolsward. De vonnissen zijn nooit uitgevoerd en omgezet in verbanning. H.W. Daendels, die was gevlucht, werd voor eeuwig uit het gewest Gelderland verbannen.

Franse bezetting

De Pruisische bevelhebber, de hertog Karel Willem Ferdinand van Brunswijk In 1794 kwamen de Fransen onder generaal Pichegru de Republiek bezetten, daarbij geholpen door het Bataafs Legioen van Daendels, dat uit uitgeweken Patriotten bestond. In januari 1795 werden overal in de Republiek de prinsgezinde vroedschapsleden verzocht het kussen te verlaten. De Bataafse republiek werd ingesteld, met een uitgebreid hervormingsprogramma en veel vergaderingen. De Patriotten raakten opnieuw verdeeld over de eenheidsstaat of instandhouding van de macht van de gewesten. De federalisten waren vooral bang dat Holland en Amsterdam teveel invloed zouden uitoefenen. Daendels reageerde in januari en juni 1798 met een tweetal staatsgrepen. Bij de laatste staatsgreep werden de radicalen onder de Patriotten in hun invloed beperkt en tijdelijk opgesloten.

De betekenis van de Patriottenbeweging moet niet worden onderschat. Van orangistische zijde werden de Patriotten als exercerende winkeliers of landverraders afgeschilderd, vanwege hun heulen met Frankrijk.
Veel van de ideeën uit de Franse Revolutie, zoals de eenheidsstaat, scheiding van kerk en staat, gelijkberechtiging en kritiek op slavernij werden tijdens de Bataafse Republiek verwezenlijkt. De hervormingen zijn tijdens het Koninkrijk Holland verder uitgewerkt en na 1813 door het Koninkrijk der Nederlanden overgenomen.

De Patriotten zijn als één van de vijftig thema’s opgenomen in de canon van Nederland van de commissie-Van Oostrom.

Bronnen:

Klein, S.R.E., Patriots Republikanisme. Politieke cultuur in Nederland (1766-1787) (Amsterdam 1995).
Rosendaal, J.G.M.M., De Nederlandse Revolutie. Vrijheid, volk en vaderland 1783-1799 (Nijmegen 2005).
Schama, S., Patriotten en bevrijders. Revolutie in de Noordelijke Nederlanden, 1780-1813 4e druk (Amsterdam 2005).
Wertheim-Gijsse Weenink, A.H. (1975) Gelderland van 1672-1795. In: P.J. Meij et al. Boek II. Geschiedenis van Gelderland 1492-1795, p. 290-330.
Zee, Th.S.M van der, J.G.M.M. Rosendaal en P.G.B. Thissen, 1787: De Nederlandse Revolutie? (Amsterdam 1988).

Noten:

  1. Theeuwen, P.J.H.M. (2002) Pieter ’t Hoen en de Post van den Neder-Rhijn, p. 131.
  2. Grijzenhout, F. & N.C.F. van Sas (1987) Voor Vaderland en Vrijheid. Revolutie in Nederland 1780-1787. Cat. Centraal Museum Utrecht, p. 21.
  3. Staatkundige aanmerkingen dienende tot nadere verklaring van de waare bedoeling der befaamde leerrede, genaamd Het Gedrag van Israël en Rehabeam ten Spiegel van Volk en Vorst. Over I Kon: XII 3b – 20a. Uitgegeven door den wijdvermaarden Fr. Adr. Van der Kemp, ’s Gravenhage 1783, p. 21. Niedersächs. Staatsarchiv Wolfenb. 1 Alt 22 Nr. 1740-141.
  4. Grijzenhout, F. & N.C.F. van Sas (1987) Voor Vaderland en Vrijheid. Revolutie in Nederland 1780-1787. Cat. Centraal Museum Utrecht, p. 18.5. Treurbazuin uitgalmende op eenen Vaderlandschen, en beredeneerden toon, den rampzaligen toestand waar in de Republiek door den willekeurigen vreedebreuk van den Roomschen Keizer Joseph den Tweeden …, 10 november 1784, p. 33, 34, 37. Niedersächs. Staatsarchiv Wolfenb. 1 Alt 22 Nr. 1740-188, p. 33-34, 37.
  5. Habermehl, N.D.B. (2000) Joan Cornelis van der Hoop (1742—1825). Marinebestuurder voor stadhouder Willem V en koning Willem I, p. 249.
  6. DBNL . Joan Derk van der Capellen tot den Pol, Aan het volk van Nederland (http://www.dbnl.org/tekst /cape004aanv01_01/cape004aanv01_01_0011.htm)
  7. Grijzenhout, F. & N.C.F. van Sas (1987) Voor Vaderland en Vrijheid. Revolutie in Nederland 1780-1787. Cat. Centraal Museum Utrecht, p. 32.
  8. Grijzenhout, F. & N.C.F. van Sas (1987) Voor Vaderland en Vrijheid. Revolutie in Nederland 1780-1787. Cat. Centraal Museum Utrecht, p. 16.
  9. Knoops, W.A. & F.Ch. Meijer (1987) Goejanverwellesluis. De aanhouding van de prinses van Oranje op 28 juni 1787 door het vrijkorps van Gouda.

N.B. De Orangisten hadden in september 1787 geen moeite met het binnenhalen van Pruisische troepen.

Ontvangen van “http://nl.wikipedia.org/wiki/Patriotten”

Terug

Hypothese onderzoek van Daalen-Houtsma

Toen ik voor mijn onderzoek in het gemeente-archief van Naarden was, kwam ik een overlijdensakte tegen van mijn voorvader Anthony van Daalen. Hij was overleden in 1845. Op zijn akte stond dat hij geboren was in Doornik, naam des vaders onbekend en oud 74 jaar. Zodoende wist ik dat hij geboren moest zijn omstreeks 1771. Hij moest dus in zijn leven zijn verhuisd van Doornik naar Naarden, voor die tijd een wereldreis. Een opzienbarende ontdekking. Meteen begon ik te verklaren waardoor dat kwam. Mij viel natuurlijk op dat zowel Naarden als Doornik oude garnizoensteden waren. De link naar het leger was gelegd, helemaal toen ik zijn beroep zag. Hij was daghuurder.

Later heb ik het gemeente-archief van Doornik (Tournay) ook bezocht. Daar bleek mij al gauw dat de gegevens grotendeels verloren waren gegaan in de tweede wereldoorlog. Ik had wel algemene overzichtslijsten tot mijn beschikking gekregen. Daar bleek mij uit wie waarschijnlijk zijn ouders en grootouders waren.

Hij is tevens geboren in een zeer roerige tijd. Het latere Belgie en Nederland waren in het begin van de 18e eeuw (1700-1799) tot aan de Franse bezetting deel van de Oostenrijkse Nederlanden. In het begin kreeg Napoleon Bonaparte nog wel gewillig gehoor bij de ontevreden burgers in de Nederlanden die wel graag wilden proberen het Huis van Oranje omver te werpen. Dat probeerden zij door als patriotten samen te werken met de Fransen. Er ontstonden daarbij schutterijen en vrijkorpsen. Eerst met succes, want de Fransen kregen hier voet aan de grond.

Totdat Napoleon Bonaparte na het overlijden van de erfstadhouder Willem V in 1800 zijn broer Louis Napoleon -voor de Nederlanders Lodewijk Napoleon- aanstelde als Koning van Holland. Hij nam zijn intrek in het stadhuis van Amsterdam, het majestatische gebouw op de Dam dat sindsdien het ‘Paleis’ heet. Louis Napoleon deed zijn best om als koning bij de Nederlanders aanvaard te worden. Hij leerde de taal en trachtte zich verstaanbaar te maken. Volgens de legende was zijn antwoord op de vraag wie of wat hij eigenlijk was: ik ben de koning van Holland. Uitgesproken als ‘ikke benne de konijn van olland’. Tijdens zijn bewind lieten de Fransen hun ware gezicht dus zien aan de Nederlanders en bleek hun dat zij van de regen in de drup terecht waren gekomen. Dat bracht de opgerichte schutterijen en vrijkorpsen er nu toe zich tegen de eerdere vriend te richten als bevrijders.

In die tijd leefde dus de Anthony van Daalen die geboren is omstreeks 1771 in Doornik. Hij was dus mogelijk een interessante persoon.

Deze theorie maakt het voor mij ook mogelijk om nog een spoortje voor verder diepte-onderzoek te gaan volgen. Daarvoor moet ik alleen naar het militaire archief van de Fransen in Parijs. Wellicht dat daar nog meer gegevens voor mij klaar liggen.

Terug

  

  1. Documentair informatieverzorger BAG-project gemeente Castricum

    @Maandag

    Roelof Lennard Swart
    Roelof Lennard Swart
    P.r.-functionaris bij Aanzet (De stichting voor zelfsturende teams in Friesland)

    Johan Joost van Daalen is erudiet, betrouwbaar, vakman, accuraat, loyaal, harde werker, en bovenal: een plezierig mens van wie je in je organisatie wel 10 zou willen hebben

    1 september 2012, Roelof Lennard Swart gaf leiding aan Johan Joost van Daalen bij het BAG-project van de gemeente Castricum.